Voor Melvin is de horeca geen baan, maar een manier van leven. Hij was de eerste die belde toen er in 2004 een advertentie van Lucius in De Telegraaf stond. Jeffrey, inmiddels met pensioen, was de tweede. Als je eenmaal binnen bent en het bevalt, dan ga je eigenlijk niet meer weg.
“Een echte horecaman”, zegt Suus, die het restaurant in 2004 overnam, en zij kan het weten. Zelf leerde ze het vak van haar eigen vader en die van Melvins bij Restaurant D’ Vijff Vlieghen, iets verderop in de Spuistraat. Horecamensen, van die échte – die passen bij Lucius. Afgelopen week ontving Melvin uit de handen van Suus de Gouden Snoek. Die krijg je als enorme waardering. Melvin is op en top een gastheer, kan met iedereen overweg, is behulpzaam, begrijpt het werk (ook de zware kanten), klaagt niet, werkt gewoon. Op Melvin kun je rekenen. Hij heeft verstand van zaken en het talent om precies te weten waar je de vorige keer zat, wat je at, ook als je na een jaar weer terugkomt.
Sinds zijn 17e werkt Melvin in de horeca. Elke dag is anders, die variatie, steeds andere gasten maar ook het contact met vaste gasten is bijzonder. Variatie heb je ook in café’s, maar dat is vluchtiger, oppervlakkeriger. Hier is het persoonlijker, intensiever, maar je houdt toch ook wat afstand. Alleen als gasten hier al heel lang komen, is het iets amicaler.
Het team is veranderd in de loop der tijd. Vanaf 2008 tot aan de corona-periode was er een grote vaste club. Ja, dat was bijzonder. Je was volledig op elkaar ingespeeld en wist zelfs wie een klik had met een bepaald soort gasten. Dat is er eentje voor Jeff, dat is meer iets voor Mel. Mensen zijn met pensioen gegaan of in de Corona-tijd vertrokken. Het nieuwe team groeit en Melvin zelf is natuurlijk inmiddels een oude rot. Door samen te werken leer je anderen het vak, bijvoorbeeld hoe je aan tafel een tong kunt fileren.
Wat de mooie dingen zijn? Tja, zoveel. Je zou er een leuke Spotify-lijst mee kunnen vullen. Marc Almond van Soft Cell at hier en vroeg aan Melvin: “Kom je morgen naar het concert?” Melvin ging en werd backstage ontvangen met een glas champagne, aangereikt door Marc Almond in kamerjas. Dat gebeurde vaker. Popartiesten die hier lekker hadden gegeten en je vervolgens uitnodigden. George Clinton, Udo Jürgens, Julio Iglesias. Lou Reed kwam drie dagen achter elkaar. Bij Lucius vonden ze heerlijk eten en een mooie ambiance, misschien zelfs iets huiselijks. In ruil daarvoor, gaven ze iets terug, van wat zij goed konden, in de vorm van een concertkaartje.



